Wednesday, March 14, 2018

Gespräch über Klimaschutz



die Älteren der Stadt und die Klimawandel

Herborn - Leonardo im Gespräch mit der lokalen Bevölkerung


die Älteren: "Ah, hätten wir ihre Probleme gehabt ...“




NB
Dit is een speldeprikje, uitgedeeld tijdens het "bestuderen" van het wel en wee van de climate wars. Voor die climate wars zie: climate deniers
Voor het eerste speldeprikje zie: mankind stumbles from blunder to blunder










Friday, March 9, 2018

inzicht op een rijtje

Deze tekst ligt min of meer in het verlengde van Arons’ marks - aan deze of gene zijde, ik zou zeggen er voor. Ik heb het over het begrip wetenschap zelf. Een begrip dat hier, op deze site, zo veelvuldig valt, om dan tegengestelde inzichten te legitimeren. Tegengestelde inzichten op het gebied van klimatologie.
Dank daarom aan Arthur Rörsch van climategate.nl, die met zijn hinten op die marks ook deze gedachten heeft opgeroepen

Wetenschap is eigenlijk een schap, dat naast kunde, vooral gevuld is met onkunde, met niet weten. Als je tenminste van één schap spreekt. Ik verplaats mij nu naar de wetenschapswinkel, waar ik drie verschillende schappen zie:
- een schap met KENNIS
- een schap met HYPOTHESE, testbare en reeds geteste
- een schap met SPECULATIE

Ik bedoel speculatie in positieve zin. Op basis van kennis en geteste hypotheses kun je best speculeren over wat er achter het doek plaats vindt, en niet zelden zullen speculaties tot hypothese worden, en daarna tot kennis.

Die winkel waar ik mij bevind staat uiteraard vol met schappen, van allerlei deelwetenschappen, en elke wetenschap heeft schappen van alle drie genoemde soorten.

Beginnen we bij de wiskunde.
Ik zie dat de schappen KENNIS boordevol zijn, de schappen HYPOTHESE en SPECULATIE lijken leeg.
Dat klopt ook wel, wiskunde is eigenlijk een spel met zo weinig mogelijk spelregels, en daarmee moet je allerlei puzzeltjes oplossen. Al heb je er in de praktijk veel aan, het heeft geen relatie tot de werkelijkheid. Een punt heeft geen omvang, terwijl een lijn, die je toch echt van A naar B ziet gaan, uit punten bestaat. En als A en B niet aan de einden zijn gezet heet de AB een lijnstuk en is de lijn oneindig, terwijl je die toch op een A-viertje getekend hebt.
1 + 2 = 3 geldt alleen als we ons aan de afspraken houden. Ik kan gemakkelijk, in 9 algebraïsche equations, bewijzen: 1 = 2.
Heel abstract allemaal.
Er zijn wel problemen en stellingen die gedefinieerd worden die onoplosbaar zijn, maar dat heeft niks met hypothese of speculatie te maken.
Ik heb een keer met de computer de priemgetallen berekend van 1 tot 1.000.000, en ze daarna afgedrukt op rijen van 100 breed, niet als nummer maar als “*”, om te kijken of er een patroon zichtbaar werd. Mooi behangetje meneer, zegt de wiskundige dan, maar nu nog even het bewijs.
Er is sprake van n-dimensionale stelsels, die volgens mij geen reëel probleem gaan oplossen - maar binnen het abstracte kader is dat prima te hanteren.

Gaan we naar fysica, ik doel nu op natuur- en scheikunde in de breedste zin.
Het schap met KENNIS is boordevol, behoorlijk wat bergruimte. Begrijpelijk, want je hebt iets tastbaars in je handen. Zelfs de kleinste deeltjes kunnen zichtbaar gemaakt worden.
Er zijn ook behoorlijk wat schappen HYPOTHESE - testbaar en werkbaar. Ook begrijpelijk, je ziet wat voor je ogen gebeuren, en je vraagt je wat af in het licht van bestaande kennis.
Er is ook een schap SPECULATIE, behoorlijk gevuld. Iets over multiversum, snarentheorie, oersoep en het ontstaan van leven - overgangsgebied naar een andere wetenschap. En zelfs worden er plekken in het heelal gedacht waar sprake is van meer dimensies dan wij kennen.

Er is ook een afdeling theologie. Daar heeft ooit iemand geprobeerd de fik in te steken, zegt de man in de winkel, maar dat is niet gelukt.
Er zijn behoorlijk wat schappen met KENNIS. Kan dat?
Wel, als je theologie beschouwt als inzicht in hoe het godsbeeld is ontstaan, en hoe die tot zo’n gemankeerde verhouding tot de mens is geraakt - dan kan dat uiteraard.
Maar het schap is ook gevuld met pretenties van kennis over God zelf, en zijn verhouding tot de mensen. Daar werd die pyromaan een beetje opgewonden van.
Ik persoonlijk zou er de voorkeur aan geven de historische behandeling op het schap KENNIS te laten liggen. En al het andere rücksichtslos naar het schap SPECULATIE. Maar ja, ik heb het niet voor het zeggen

Er is wel iets raars aan de hand bij theologie. In het vervolg komen een paar hoofdstukken uit de wetenschappelijke canon langs die verwarring en controverse hebben veroorzaakt. Zo niet bij theologie.
Bij filosofie is een man gepromoveerd, Jan Auke Riemersma, op het bestaan van God - ik meen: vooral als godsbeeld. In de commissie zat ook een atheïst.
Binnen theologie is iemand gepromoveerd, Emanuel Rutten, op het hoofdstuk godsbewijs: voor alle duidelijkheid, hij meent te kunnen bewijzen dat God bestaat.
Beide geschriften hebben geen stof doen opwaaien.

Dan is er een afdeling voor het zoogdier mens: medicijnen / biologie / evolutie.
Het schap KENNIS is goed gevuld. Wat medicijnen en biologie betreft: terecht, zou ik zeggen, maar hier en daar toch ook te goed gevuld.
Ik doel nu op het inzicht in de invloed van het nuttigen van alcohol op het organisme. Een kennis die huisarts is, zei dat hij klantjes moest voorhouden: twee glazen wijn per dag, maximaal. Ik doe het braaf hoor, Leonardo, zei die, maar waar ze het vandaan halen, ik zou’t niet weten. En zo schreven vorig jaar drie chirurgen van academische ziekenhuizen in NRC Wetenschap: geen druppel per dag, iedere druppel is er één te veel. Nu stijgt de gemiddelde leeftijd, en zo ook de gemiddelde gezondheidstoestand van de mens, en dat is toch echt niet alleen voorbehouden aan niet-drinkers.
Ik denk dat dit inzicht op de plank HYPOTHESE hoort, en ik vraag me af of het de toets der kritiek zal doorstaan. Ik heb ernstige vraagtekens bij de manier waarop de observatie tot stand is gekomen.

Mag het schap KENNIS bij evolutie gevuld zijn?
Ik weet het niet. We hebben Darwin, en zijn heiligverklaring. Geen misverstand, voor mij is evolutie absoluut geen vraag, maar het is en blijft een theorie. Er zijn een heleboel tekenen die er op wijzen - ik zou zeggen data die beter aan wetenschappelijke criteria voldoet dan de proxies van klimatologie. Maar, mag je het dan kennis noemen?
Ik zou zeggen verschuif eens een heleboel naar hypothese.
Misschien dat er daarom in de handboeken hoofdstukken zijn opgenomen: evidence for evolution.
Misschien dat er daarom wel een site is die heet: why evolution is true. Van een scholar die zichzelf wel serieus neemt, maar vindt dat ie door het (Amerikaanse) publiek niet serieus genomen wordt.

Hier is een controverse van heb ik jou daar ontstaan. Een filosoof, opnieuw een filosoof, Joris van Rossum, promoveerde op een proefschrift waarin hij de evolutionaire theorie over de geslachtelijke voortplanting ter discussie stelde. De wereld was te klein. De evolutionist community op haar achterste benen. En een gemor uit duizend kelen: wil een filosoof ons vertellen hoe de evolutie in elkaar steekt?
Het zal iets over theologie zeggen dat daar geen opwinding was over genoemde proefschriften, maar het zal ook iets zeggen over het zelfbewustzijn/zelfvertrouwen van de evolutionisten.

Ik zou zeggen, wat evolutie betreft mag er ook wel het één en ander van de schappen HYPOTHESE naar de schappen SPECULATIE worden verplaatst.

En zo ben ik aanbeland bij mijn uitgangspunt: het pad loopt van wiskunde via fysica via theologie via biologie en evolutie naar klimatologie. En niet voor niks, de bedoeling is dat er alvast wat eyeopeners langs zijn gekomen voor wat ik nu ga zeggen.

De schappen van KENNIS zijn bij klimatologie behoorlijk gevuld. De eigenaar van de winkel ziet mijn gezicht op vraagteken staan, en geeft toe: ik weet ook niet of het op de juiste plek terecht is gekomen. Er is veel discussie. Iedere keer als er weer iets binnenkomt, vraag ik: waar? En nog heeft iemand niet zijn mond opengedaan KENNIS! of een ander roept, helemaal niet, HYPOTHESE!
Dat beeld herken ik. Dat zien we op deze site veelvuldig.

Laat ik als lichtend voorbeeld nemen de hockeystick van Mann.
Mann en nog een paar onderzoekers publiceerden iets over opwarming, wat bekend is geworden als de hockeystick: het klimaat is flink op drift geraakt. Let wel: dat is niet de wetenschap die dit zegt, dat is Mann et al die dit zegt.
Dat werd bekritiseerd door de Canadezen McIntyre en Ross McKitrick. Opnieuw: dat was niet de wetenschap die sprak, dat waren twee geleerden die hierover hun licht lieten schijnen.
Dat leidde tot een controverse, een knoop die het Amerikaanse Congres doorgehakt wilde zien. Dat benoemde een illuster trio geleerden, die terugkwamen met lang niet zulke malse kritiek op het werk van Mann, alsmede op de peer reviews. Let wel, dit is weer niet wat de wetenschap zegt, dit is wat een illuster trio geleerden zegt.
De controverse was hiermee niet opgelost, maar dat boeit me nu niet. Waar het mij hier omgaat is dit: er is een dispuut binnen de deelwetenschap klimatologie, en daar is geen eensluidende uitspraak over gekomen. Dé wetenschap zegt dus niks! Het helpt dan niet veel, wat zeg ik, het draagt helemaal niets bij, om linkjes heen en weer te gaan sturen: dit is de wetenschap.

De wetenschap is: er is geen eenduidig inzicht, er is geen eensluidende uitspraak, dit weten mag maximaal in het schap HYPOTHESE terecht komen. De winkelier was het met me eens, en gezamenlijk hebben we een groot deel van wat bij klimatologie op de schappen KENNIS lag naar HYPOTHESE verplaatst.
Tevreden vroeg de handelaar in inzicht of ik een kopje thee lustte. We gingen naar het achterhuis. De thee was nog niet gezet, of er kwam een oorverdovend lawaai vanuit de winkel. We renden er heen, maar konden de tussendeur niet openkrijgen, die was geblokkeerd. Het heeft even geduurd voordat we die deur weer open hadden. Ondertussen was het lawaai verstomd.
De winkel lag er netjes bij, geen rotzooi.
Alleen, de schappen SPECULATIE en HYPOTHESE van klimatologie waren helemaal leeggeroofd. Op het eerste gezicht dan. Toen we beter keken bleek dat alle inzicht bij klimatologie verplaatst was naar de schappen KENNIS.

NB
Dit is de zesde van een aantal impressies van wat zich in de climate wars afspeelt.
Deze serie wordt begeleid door wat speldeprikjes.
Voor het eerste speldeprikje zie: mankind stumbling

Tuesday, March 6, 2018

claims in desperate want of evidence

Wat het klimaat betreft regeert de angst.
Angst is een slechte raadgever, vooral bij het verwerven van inzicht. Verwerven van inzicht is een behoedzaam proces, en angst gooit alle behoedzaamheid overboord.
De angst regeert op beide fronten: bij de alarmisten - zij die zeespiegels en temperaturen tot onhanteerbare niveaus zien groeien - en bij de deniers die de schrik om het hart slaat als ze horen welk beleid er op de angst van de alarmisten gemaakt wordt.

De angst van de alarmisten, de zogenaamde AGW hypothese:
- als gevolg van de menselijke CO2-uitstoot wordt de dampkring een broeikas: de gemiddelde globale temperatuur zal oplopen
- die verhoging van de temperatuur zal de voorraad ijs drastisch doen smelten, hetgeen tot een substantiële verhoging van de zeespiegel zal leiden
- als de mens, als veroorzaker van die CO2-uitstoot, en daarmee van de verhoging van de zeespiegel, haar gedrag op korte termijn niet drastisch verandert, dan zal de habitat van de mens ernstig aangetast worden, en daarmee de soort bedreigd worden

De angst van de deniers is een gevolg van het gehoor dat de alarmisten gevonden hebben bij hen die regeringsbeleid maken, en de maatregelen die (nu reeds) genomen worden.
- de oorzaak wordt gelegd bij de energiesector, dus de energievoorziening moet op de schop worden genomen
- de energievoorziening wordt op de schop genomen zonder dat er werkbare alternatieven zijn
- dat gaat in het algemeen leiden tot maatschappelijke ontwrichting
- dat gaat in het bizonder leiden tot verdere verarming van het armere deel van de bevolking dat geconfronteerd zal worden met onbetaalbare energierekeningen

De angst voor de aantasting van de leefbaarheid van onze planeet staat tegenover de angst voor de aantasting van de leefbaarheid van onze planeet.
Maar, dit zijn stuk voor stuk claims die onder de loep moeten worden genomen: kloppen ze in het algemeen, klopt de omvang van het drama dat achter iedere claim zit - én: klopt de kansrekening? Ik stel vast: er is op dit moment geen sprake van een acceptabele kwantificering van de claims.

En dan zijn er ook nog een paar impliciete claims.

Een eerste onbenoemde claim is dat de ene groep de gevolgen van haar claims zwaarder laat wegen dan de gevolgen van de claims van de andere groep. Dus de alarmisten maken zich niet druk om het mislukken van de overstap naar andere energie, terwijl de deniers zich geen zorgen maken om de verhoging van de zeespiegel.

Een tweede claim is dat hier iets georganiseerd gaat worden. Je zou kunnen zeggen: omdat de alarmisten angst hebben, en dus haast hebben, gaat de hele wereld op de schop. De claim is dat iedereen daaraan meedoet, omdat iedereen wel moet.

Een derde claim is dat dit een werkje is van overheden, en dat die competent zijn.
We hebben enige ervaring met overheidsprojecten in Nederland. Het deltaplan is goed verlopen: dijken bouwen konden we. Daar staat tegenover dat we vooral in de laatste tijd heel veel overheidsprojecten hebben gezien die òf regelrecht mislukt zijn òf qua tijd kosten en opbrengst in de min zijn geëindigd.
Wie naar Amerika kijkt ziet dat Republikeinen en Democraten nauwelijks met elkaar praten, hetgeen nogal eens leidt tot stilstand van de overheid.
In de regeringscentra die er toe doen wordt het beleidswerk beïnvloed, zo niet gestuurd, door think tanks en andere lobbyisten - waarbij particuliere en financiële belangen de doorslag geven.

Een vierde claim is dat alle mogelijke alternatieve oplossingen zouden zijn geïnventariseerd en gewogen. Over kernenergie of gaswinning in de Waddenzee wordt niet gesproken. Energievoorziening is een kritische functie: kan de CO2-uitstoot ook verminderd worden door minder kritische productieprocessen om te vormen?

Een vijfde, onuitgesproken claim is dat we nu weten hoe we het aan moeten pakken - én bovenal: dat we weten hoe het niet moet. We is dan de wetenschap, en in haar kielzog de technologische ontwikkeling. Het is de combinatie van deze twee geweest die ons op dit punt van de state of the world heeft gebracht. De wetenschappers, noch de toepassers van de wetenschap hebben ons in het verleden weten te waarschuwen voor de nadelige gevolgen die ze nu zeggen waar te nemen.

NB
Dit is een speldeprikje, uitgedeeld tijdens het "bestuderen" van het wel en wee van de climate wars.
Voor het volgende speldeprikje zie: gesprach uber klimaschutz

Eqilibrium Climate Sensitivity

Er is een wetenschappelijk concept dat heet: climate change én, in het verlengde daarvan, ECS: eqilibrium climate sensitivity.
Er is nog zo’n concept: globally averaged surface temperature dat een rol speelt in climate change: ik kan me daar wat bij voorstellen, of je die goed kunt meten weet ik niet (er worden modellen gebruikt), of je er wat mee kunt lijkt me zeer de vraag (ik weet heel zeker dat je geen eeuwgemiddelde kunt vaststellen).

Er is een natuurwetenschapper, Arons, die in een leerboek voor de studenten wat aanwijzingen - marks - heeft opgenomen voor hoe ze om moeten gaan met een wetenschappelijk concept. De eerste luiden (in verkorte vorm)
- recognize that scientific concepts are invented by acts of human imagination and intelligence and are not tangible objects
- recognize that to be understood and correctly used, such terms require careful operational definition, rooted in shared experience
Zwaartekracht is zo’n concept dat we al lang kennen, waar we goed over kunnen praten, dat we kunnen meten en ook kunnen gebruiken.

Van het klimaat weten we dat het er niet altijd hetzelfde uitgezien heeft - onze epistemologische basis voor het bestaan van climate change. Ons gebrek aan conceptual insight wordt wel het beste geïllustreerd denk ik doordat het klimaat uit vele grootheden bestaan, maar dat we het maar over één kenmerk hebben: de temperatuur.
Ik constateer twee dingen:
- de staat van het klimaat in het verleden: we zien geen bomen maar weten zeker dat we het bos zien
- de staat van het klimaat in het heden: we zien ontzettend veel bomen, maar weten zeker dat we het bos zien

Ik blijf dat ECS een rare term vinden. Dat had ik al in eerdere post I've read the science opgemerkt - tegen het gebruik van de wetenschap in. Ik heb daar niet veel commentaar op gehad, al werd het wel eigenwijs gevonden. Wel, laat ik dit voor de goede orde even bevestigen: ik kan behoorlijk eigenwijs zijn. En, als het moet, kan ik ook standvastig eigenwijs zijn.
De Engelse wiki geeft me trouwens gelijk, waar geschreven staat: Here it should be noted that the term "equilibrium," though widely used, is a misused; the climate system is far from the situation of a dynamic equilibrium, which requires equal and opposite fluxes on all paths ... Tussen haakjes, dat wel. Laat ik er, buiten die haakjes nog aan toe voegen: to understand the concept requires insight in the fluxes on all paths.

En dan schrijft Marcel Crok, sprekend over een dispuut rond ECS, over the three main approaches (instrumental observation based, palaeoclimate proxy-observation based, and GCM simulation/feedback analysis based) en dat hij en Lewis kiezen voor instrumental observation based.
Wait a moment ... objection your honour, hij schrijft niet: instrumental observation based.
Nee, de kop van het hoofdstuk luidt: Instrumental estimates are superior.

Estimates are superior!
Wat schrijven Cox et al (Nature january 2018, received July 2017)? Equilibrium climate sensitivity (ECS) remains one of the most important unknowns in climate change science.

En ik krijg hetzelfde gevoel als ik nu zo’n veertig jaar geleden had over het geloof: ik ben belazerd door m’n vader (een gereformeerde ouderling) en door de dominee - belazerd omdat ze wisten dat het niet waar was, de vader van die dominee was notabene hoogleraar in de exegese aan de VU.
Ik word gewoon belazerd over het klimaat. Door de gezagdragers, zoals Verheggen, maar ook Crok die niet afwijzend staat tegenover de wetenschap, en door de ouderlingen - onheilsprofeten en politici, waarvan d’r hier ook een handjevol rondlopen. Ze proberen me te belazeren!
Ik zou haast zeggen: theologie is steviger verankerd als wetenschap dan klimatologie.

En ik herhaal mijn oproep uit mijn post:
... klimatologie lijkt me de aangewezen wetenschap om wijzigingen in het klimaat te registreren, de herkomst daarvan te onderzoeken, en daarbij zaken als verhouding tussen kracht van de oorzaak en omvang van het gevolg of de vertraging tussen oorzaak en gevolg te onderzoeken.
Volgens mij is daar een boel werk te verzetten.

NB
Dit is de vijfde van een aantal impressies van wat zich in de climate wars afspeelt.
Voor de volgende impressie zie: inzicht op een rijtje

een rechtse hoek

Ik ben - voor even hoor! - in een rare hoek van het politieke universum terecht gekomen. Die hoek van het universum waar zich veel ontevreden volk ophoudt. Personen voor wie het leven niet veel in petto bleek te hebben. Personen, die dan niet naar zichzelf kijken, maar het leven, de wereld de schuld geven. Volk dat roept: ze doen maar wat in Den Haag ... ze moeten mij altijd hebben. En als ze het woordje “ze” niet gebruiken, dan hebben ze altijd nog het woordje “men”. Men doet maar wat.

Mensen waarvan je hun lijfspreuk bijna kunt invullen:
het leven is als een lekkere meid
die zelden neukt maar wel iedere dag schijt


Volk met een groot gehalte PVV - én, kun je daar tegenwoordig aan toevoegen, met een hoge graad van Trump-empathie.
Trump doet heel veel goed voor alle Amerikanen.
Als Wilders de baas was zou het volk NL ook zeer gezegend zijn.
Volk dat je toe zou willen roepen. gaat slapen, gij ontevredenen der aarde.

Dat ik me daar nu beweeg, is omdat ik een serieuze zorg met ze deel: de ophanden zijnde energietransitie. Er wordt daarover gediscussieerd, op een goeie manier naar mijn smaak, en daaraan heb ik enkele bijdragen geleverd, die ook hier op mijn blog zijn te vinden.

Er loopt daar nog wat ander volk rond: een paar linkse ettertjes. Nou ja, of ze links genoemd kunnen worden? Ik vergelijk ze met ouderlingen, en denk dan vooral aan hun calvinistische inborst.
Eentje noemt zich links - Groen Links.
Ik vind ze vooral antidemocratisch.
Als PVV-volk vervelend genoemd moet worden- wel, van mij mag je dan ook aan linksig volk denken.
Ze verstieren de discussie als echte trollen, ze gunnen hen, die met echte zorgen zitten en daarover met anderen van gedachte willen wisselen, geen rust - en eigenlijk zouden ze die mensen ook hun platform willen ontnemen.
Die Groen Linkse jongen zegt het ook openlijk: de PVV (en FvD) zijn antidemocratische partijen.
Ik vind het persoonlijk een doodzonde om een democratisch opererende burger - Wilders - en een democratisch opererende groep mensen - Wilders-kiezers - antidemocratisch te noemen. Dan ben je zelf bezig de democratie te ondermijnen.

Ik ben geen Wilders fan. Ik vind sommige van zijn gedragingen ronduit laakbaar, en ik heb daaraan ook uiting gegeven. Maar ik heb Wilders nooit beticht van antidemocratisch gedrag.
Sterker, ooit heb ik geschreven: als Wilders een gevaarlijke man zou zijn voor de democratie, dan moet Maxim Verhagen toch als eerste een groot gevaar voor de democratische kwaliteit van het staatsbestel NL worden genoemd ... dan een hele tijd niks, en dan, bijvoorbeeld, mogelijkerwijs, Wilders.
Wel heb ik over het algemeen negatief over Wilders geoordeeld en daarvan ook kond gedaan wanneer dat zo aan de orde kwam. Maar ik heb ook, in relativerende zin, positief over de Wilders-stemmers geschreven - beter gezegd: over de hypocrisie van de “bewuste” kiezer die zich zorgen meent te moeten maken om het stemgedrag van de ontevredenen.

Omdat ik mij nu in die hoek bevind waar zich ook behoorlijk wat kiezers van Wilders bevinden, lijkt het me niet onhandig om nog eens bij mezelf na te gaan hoe ik vandaag tegenover Wilders sta.

Wel, dat is voor geen millimeter veranderd. Ik vind een aantal van zijn gedragingen laakbaar, hij is geen gevaar voor de democratie, maar ... hij zal van z’n levensdagen mijn stem niet krijgen. Nooit!
Ik heb inmiddels drie fundamentele bezwaren tegen hem.

De eerste is al heel oud. In Vrij Nederland, ik meen 1998, stond een interview met een beginnend kamerlid. Begonnen als medewerker van Bolkestein, had hij op de kieslijst van de VVD een verkiesbare plek gekregen, en zo was hij in de bankjes terecht gekomen. Hij zei tegen VN: van links is nog nooit iets goeds gekomen. Was getekend: Geert Wilders.
Dat je dat op een verkiezingsbijeenkomst zegt, soit. Dat je dat in een debat met die vermaledijde Melkert zegt: ik kan het billijken, en wil het ook nog wel begrijpen. Maar in een interview, en dat ook nog met een serieus blad als VN, waarbij verwacht mag worden dat je laat zien dat je niet voor niks als beleidsmaker in het parlement zit - ik vond het ongehoord.
Ik vond het vooral ongehoord omdat het de grootste leugen is die over links is verteld, groter dan de leugen van Den Uyl en Duisenberg als potverteerders en puinschoppers. Het demonstreert een bedroevend laag niveau van algemene ontwikkeling door dit te zeggen, door te ontkennen wat het linkse gedachtengoed heeft betekent voor de waardering van de factor arbeid én de mensen die die arbeidsfactor invulden.
En ik wist op dat moment, en heb dat ook vastgelegd: dit is een gevaarlijke man.

Wilders heeft zijn stemmers veel dingen beloofd. Dan doen politici veelvuldig, dus dat is Wilders, die een raspoliticus is, niet kwalijk te nemen.
Maar toen kreeg hij de kans om het waar te maken. Hij werd door Maxime Verhagen als gedoger bij het kabinet Rutte I gehaald. (Alleen al daarom vind ik Verhagen en het CDA gevaarlijker als onbetrouwbare factor: herinner jezelf de behandeling die Ab Klink kreeg, en herinner jezelf het “at your service” van Camiel Eurlings.)
Wilders kreeg kansen om eindelijk te doen wat hij wilde doen voor de arme kiezer, de ontevreden NL-er. Zijn kiezer, die het o zo moeilijk had: in achterstandswijken tussen de moslims, onder een rechtsstaat die niet voor hem was ingericht.
Hij faalde niet, zoals zoveel politici die kansen krijgen.
Hij liep weg. Er is een naam voor dat weglopen: angsthazerij. Bang voor de verantwoordelijkheid.
Hij deed wat hij alle andere politici verweet: hij liet zijn kiezers in de kou staan.
O jawel, hij verzon zijn smoesje, zoals iedere politicus dat kan, en zijn smoesjes waren goed. Maar z’n praatjes deugden niet, zoals ze nooit gedeugd hebben.
Dat is mijn tweede fundamentele bezwaar tegen Wilders.

Mijn derde bezwaar is zijn omgaan met het recht en de rechtspraak.
Wilders is lid van de Tweede Kamer, dat wil zeggen: een lid van de wetgevende vergadering. Deze man heeft speciale verplichtingen tegenover de rechtsstaat. Als er iemand is die de rechtsstaat serieus moet nemen, moet eerbiedigen en beschermen tegen uitholling door loze en vooral oenige praat daarover, dan is het wel een kamerlid.
Wilders is daarin in alles de tegenpool geweest van wat een kamerlid hoort te zijn.
Hij was niet vies van loze en oenige praat over recht en rechtspraak, zoals dat gewoonlijk uit de volksmond komt. Hij had geen enkele eerbied voor het recht en haar rechtsprekers. En hij heeft die rechtsstaat ook niet beschermd, in ieder geval niet voor gelijkheid van allen die onder die rechtsstaat leven. Daarin, moet ik zeggen, is hij heel dicht bij de kwalificatie “een gevaar voor de democratie” gekomen.

Nee, Wilders zal nooit, maar dan ook nooit, mijn stem krijgen. Beter gezegd: ik doe altijd braaf mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Maar uitsluitend met één doel: om een tegenstem te bieden aan partijen als de PVV en in een poging om te verhinderen dat zulk soort politici in grote getale de kamer binnenmarcheren.